28 januari 2022

‘Eerst starten met een visie, dan vervolgstappen steeds verfijnder uitwerken’

Wat moeten zorgorganisaties voor mensen met een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening regelen om te voldoen aan de Wet zorg en dwang (Wzd)? En welke uitdagingen kunnen zij tegenkomen bij implementatie van de vereisten? Mr. Monica de Visser, als jurist werkzaam voor ’s Heerenloo, deelde tijdens een webinar de good practices van deze organisatie.

De IGJ gaat vanaf 2022 actief controleren hoever zorginstellingen zijn met implementatie van de Wet zorg en dwang (Wzd), die sinds 1 januari 2020 van kracht is. Eerder deed de inspectie dat nog niet om zorginstellingen een opstartfase te gunnen. Uit de recent verschenen eerste evaluatie van de Wzd blijkt de coronacrisis en personeelstekorten implementatie van de nieuwe wet te bemoeilijken. Daarnaast is de Wzd nog niet ‘in beton gegoten’: er vinden spoedreparaties aan de wet plaats om de werkbaarheid in de praktijk te verbeteren. Ook zijn nog niet alle toelichtende documenten en handleidingen beschikbaar en aangepast aan de reparatiewetgeving Wzd. Zorgorganisaties doen er goed aan om met regelmaat www.dwangindezorg.nl (van VWS) te checken voor de actuele stand van zaken rondom de Wzd, eventuele aanpassingen, en welke handleidingen nieuw beschikbaar zijn gekomen.

Waarom de Wzd?

De Wzd beoogt bescherming van de rechtspositie van mensen met een verstandelijke beperking of psychogeriatrische aandoening bij wie onvrijwillige zorg wordt toegepast of die onvrijwillig worden opgenomen in een zorginstelling (dwangopname). Volgens deze wet mogen zorginstellingen onvrijwillige zorg in principe niet toepassen, tenzij er sprake is van ernstig nadeel voor de cliënt of zijn omgeving. De wet gebruikt een trapsgewijs zorgmodel (zie het volledig Stappenplan Wzd) dat waarborgt dat alle mogelijkheden voor vrijwillige zorg in beeld komen. Dit multidisciplinaire stappenplan is in de plaats gekomen van toetsing door de rechter. De rechter is alleen nog betrokken bij dwangopname. Als het een zorginstelling niet lukt om een vrijwillig alternatief te vinden voor onvrijwillige zorg, moet deze aan de hand van het stappenplan steeds méér deskundigheid inschakelen om mee te denken. Dit hangt samen met hoelang de onvrijwillige zorg duurt; als deze na drie maanden wordt verlengd moet er een ‘nieuwe’ deskundige bij komen, en na zes maanden nóg een.

TIP: School de zorgmedewerkers in deskundigheidsbevordering zodat zij verzet van cliënten her- en erkennen. Bijvoorbeeld als medicatie in voeding wordt verstopt, krijgt een cliënt niet eens de kans om zich te verzetten. De IGJ beschouwt dit als onvrijwillige zorg.

Cliëntvolgend Wzd-zorgplan

Een belangrijke verandering in de Wzd is dat deze cliëntvolgend is en niet instellingsgebonden (zoals voorheen bij de Wet BOPZ). Dus waar de cliënt ook verblijft, thuis, dagbesteding, kleinschalige woonvorm of Thomashuis, het Wzd-zorgplan waar eventueel onvrijwillige zorg in is opgenomen, gaat met de cliënt mee. Uitzondering daarop is dwangopname van een cliënt (rechterlijke machtiging, inbewaringstelling, of een besluit opnameverblijf) in een geregistreerde accommodatie waarin bepaalde zorg wordt verleend.

Eerst de visie

Voordat een zorgorganisatie een beleidsplan Wzd ontwikkelt en implementeert doet zij er goed aan om eerst stil te staan bij haar visie op onvrijwillige zorg. Hoe kijkt de organisatie aan tegen vrijheid en onvrijwillige zorg? Wat staat hierover op de website van de organisatie? Zijn dit algemene termen of concrete uitleg wat dit in de praktijk inhoudt? Kunnen de zorgmedewerkers in gewone taal uitleggen aan mantelzorgers en cliënten wat dit in de praktijk inhoudt? ’s Heeren Loo heeft het op haar website bijvoorbeeld over ‘goede zorg in zoveel mogelijk vrijheid’. Een rondgang langs de websites van diverse zorginstellingen laat zien dat de teksten op veel websites nog wel een verdiepingsslag kunnen maken.

TIP: Zorg dat de visie op vrijheid en onvrijwillige zorg ook doordringt ‘in het DNA’ van de zorgmedewerkers. Heb het hier geregeld over, anders zakt het weer weg. Op de werkvloer wordt onvrijwillige zorg snel gezien als onvermijdelijk, maar is dat altijd echt zo?

Belangrijke betrokkenen bij het stappenplan Wzd

De Wzd introduceert een aantal nieuwe functies en herdefinieert functies. De betrokkenen bij de Wzd zijn: de zorgverantwoordelijke, de externe (of onafhankelijke) deskundige, de Wzd-functionaris, de cliëntenvertrouwenspersoon en de klachtencommissie.

  1. Zorgverantwoordelijke:Dit is een ter zake kundige arts, bijvoorbeeld gedragswetenschapper, maar in veel organisaties de eerstverantwoordelijke verzorgende (EVV’er). Klik hier voor het functieprofiel zorgverantwoordelijke.

    TIP: Denk eraan om een waarnemer te regelen voor de zorgverantwoordelijke wanneer deze vrij is.

  2. De externe / onafhankelijke deskundige:Aanvankelijk ging dit om een externe deskundige, maar inmiddels mag het ook een interne deskundige zijn. Deze mag het afgelopen jaar echter niet betrokken zijn geweest bij de zorg voor deze cliënt. Het kan gaan om een arts, gz-psycholoog, verpleegkundige, psychiater, of een orthopedagoog-generalist. De onafhankelijke (voorheen externe) deskundige wordt pas ingeschakeld als het de zorginstelling niet lukt om de onvrijwillige zorg binnen 2 x 3 maanden af te bouwen.

    TIP: Denk eraan om een waarnemer te regelen voor de zorgverantwoordelijke wanneer deze vrij is.

  3. De Wzd-functionaris:De Wzd-functionaris is BIG-geregistreerd en kan in dienst zijn van de zorgorganisatie (maar dat hoeft niet). Klik hier voor het functieprofiel Wzd-functionaris.
  4. De cliëntenvertrouwenspersoon:De cliëntenvertrouwenspersoon heeft aantoonbare ervaring met de specifieke zorgbehoeften van de cliënt. Ook kent hij de rechten van cliënten die tegen hun wil zorg krijgen. De cliëntenvertrouwenspersoon is onafhankelijk van de zorgaanbieder, de Wzd-arts, de zorgverantwoordelijke en het CIZ.
  5. De klachtencommissie:Een zorgaanbieder is verplicht te zorgen voor toegang tot een onafhankelijke klachtencommissie. De commissie moet uit een oneven aantal van tenminste drie personen, die niet in dienst zijn van of verbonden aan de zorgorganisatie.

Het beleidsplan Wzd

’s Heeren Loo heeft het beleidsplan Wzd en de implementatie aangepakt met een kernteam bestaand uit een medewerker zorgbeleid die daar twee dagen per week voor was uitgeroosterd, een ondersteunende gedragskundige en een gezondheidsrechtjurist. Verder waren er twaalf werkgroepen die zich bogen over een bepaald thema, zoals de functionarissen in het Wzd-stappenplan, de verantwoordelijkheidsverdeling, het thema verzet, wilsonbekwaamheidsbeoordeling en het beleidsplan. Elke werkgroep was multidisciplinair van opzet, dus niet alleen beleidsmedewerkers, maar ook artsen. Iedere werkgroep hield zich bezig met het schrijven van een hoofdstuk.

Belangrijke onderdelen van het beleidsplan zijn: visie van de organisatie, juridisch kader, verdeling van verantwoordelijkheden, rechtsbescherming van de cliënt, protocollen en werkafspraken.

TIP: Laat de cliëntenraad, de OR en de Raad van Bestuur vanaf de eerste versie meelezen met het beleidsplan in wording. Stuur steeds als er een hoofdstuk klaar is deze gelijk door naar de diverse betrokkenen. Zo neem je de verschillende partijen mee in het proces en voorkom je dat je in een klap dertig punten terugkrijgt waarmee men het niet eens is.

Interne scholing

De scholing kan, zeker in coronatijd met de extra boosterprikken, de werkdruk behoorlijk verhogen, zo is de ervaring van ’s Heeren Loo. Vooral als dit binnen de reguliere uren moet plaatsvinden. Denk aan training van de Wzd-functionarissen, zorgverantwoordelijken, paramedici, artsen en train-de-trainers voor zorgmedewerkers.

Opzet van regionale Wzd-bureaus

’s Heeren Loo heeft landelijk 16.000 cliënten en ongeveer 18.000 medewerkers. Zij heeft ervoor gekozen om het werkgebied in zestien regio’s van ongeveer duizend cliënten en duizend medewerkers te verdelen. En voor iedere regio een eigen Wzd-bureau op te zetten. Hierin zitten een manager zorg, een Wzd-functionaris, een beleidsmedewerker met Wzd in het takenpakket, en twee Wzd-functionarissen, namelijk een arts-Wzd en een gedragswetenschapper. In deze Wzd-bureaus komen in eerste instantie alle vragen van die regio over de Wzd binnen. Vanuit de bureaus wordt ook de scholing geregeld. Tevens regelen ze hier onderling met de verschillende regio’s de onafhankelijke deskundigen. De medewerkers van de Wzd-bureaus komen een keer per kwartaal samen waarbij ze sparren over hobbels en best practices met elkaar delen.

TIP: Overweeg als grote zorgorganisatie de opzet van meerdere Wzd-bureaus. In opstart kost het de nodige uren en geld, maar het lost organisatorische vraagstukken op (bijvoorbeeld de uitwisseling van onafhankelijke deskundigen) en biedt een denktank voor kennisuitwisseling, ontwikkeling van pilots en best practices.

Lees meer: