24 februari 2022

In gesprek over kwaliteit van leven

Wanneer heb je het met een cliënt over kwaliteit van leven en hoe voer je zo’n gesprek goed? Het team van Ruth Luisterburg, senior wijkverpleegkundige bij Thuiszorg West-Brabant, maakt regelmatig tijd om hier met elkaar aandacht aan te besteden. Juist omdat niet iedereen dat gesprek even makkelijk afgaat, terwijl het vaak wel heel belangrijk is. “Als ik niet weet wat iemand belangrijk vindt en ervaart als kwaliteit van leven, hoe kan ik dan goede zorg verlenen?”

Voor Ruth is het vanzelfsprekend om al in het eerste gesprek na de aanmelding in te gaan op kwaliteit van leven. “Als we bij een cliënt tijdelijk langskomen om een wondje te spoelen, komt het niet aan de orde. Maar wel als duidelijk is dat we langdurig bij een cliënt betrokken blijven, bijvoorbeeld bij parkinson. Of wanneer iemand met diagnose kanker te horen heeft gekregen dat de behandeling puur gericht is op levensverlenging en dat genezing er niet meer in zit. Dan informeer ik ook naar wat de cliënt zelf wil. Wat zijn of haar beeld is van het verloop van de ziekte. Is er een partner en hoe kijkt die ertegenaan? Vindt die partner het fijn om te helpen of laat die dat liever aan de verzorgende over? Is het de wens om thuis te blijven of wil iemand liever in een hospice afscheid nemen? Zo probeer ik uit te filteren welke zorgverlening in die specifieke situatie het beste past; dat kan totaal verschillend zijn voor twee cliënten met precies hetzelfde ziektebeeld.”

Kwaliteit van zorg én leven

Juist die grote verschillen onderstrepen het belang van dit gesprek, vindt Ruth. “Als zorgverleners zijn we geneigd te denken: als we maar veel zorgen, dan doen we het goed. Terwijl dat niet altijd is wat een cliënt ook prettig vindt. Als iemand bijvoorbeeld liever één keer per week onder de douche gaat in plaats van elke dag, wie ben ik dan om daar iets van te vinden? Veel mensen zijn niet anders gewend en hebben graag wat meer privacy. Of spaart de energie die zich wassen kost, liever op voor koffie met de buurvrouw of een bezoekje van de kleinkinderen. Natuurlijk moet je kijken of wat voor iemand bijdraagt aan kwaliteit van leven, medisch verantwoord is. Maar het gaat om de kwaliteit van leven van de cliënt, en niet om wat jíj daaronder verstaat. Daarover kun je niet zomaar aannames doen; ook met 15 jaar ervaring word ik nog bijna dagelijks verrast door keuzes die mensen maken.”

Theorie als basis

Ruth realiseert zich dat veel verzorgenden en verpleegkundigen het spannend vinden om met cliënten te bespreken wat voor hen kwaliteit van leven is. Want hoe reageer je als iemand verdrietig wordt of vragen stelt waar je het antwoord niet op hebt? Of vindt dat het je niks aangaat? Ook Ruth zelf heeft dit moeten leren. “Wat mij – naast veel oefenen – geholpen heeft, is theoretische kennis over gespreksvoering. Alleen al om je ervan bewust te zijn dat je verschillende soorten gesprekken hebt, van kletspraatjes tot slechtnieuwsgesprekken en dat die elk hun eigen spelregels hebben. In mijn opleiding hadden we het vak Sociale vaardigheden waarbij je rollenspellen deed voor een camera die je dan met de klas ging terugkijken. Vreselijk vond ik dat, maar het was ontzettend leerzaam om te zien: wanneer durfde ik een stilte te laten vallen? Waar had ik juist moeten doorvragen? Ik leerde ook dat fouten maken mag, en dat je niet op alle vragen antwoord hoeft te hebben.”

Meeluisteren

Haar eerste praktijkleerschool was de afdeling longgeneeskunde in het TweeStedenziekenhuis, waar Ruth na haar opleiding aan de slag ging. “Die eerste echte gesprekken zijn spannend, net als voor het eerst bloed prikken in een echte arm. Gelukkig kon ik in het begin meeluisteren met collega’s. Tot ik mezelf goed genoeg voorbereid voelde om zelf zo’n gesprek aan te gaan. Dan luisterde er een collega met mij mee en gingen we vervolgens even apart zitten om te evalueren hoe het gegaan was.”

Aandacht voor elkaar

In de thuiszorg is die directe intervisie lastiger te organiseren, omdat wijkverpleegkundigen en -verzorgenden meer solistisch werken. Daarom creëert Ruth hiervoor tijd in het teamoverleg of apart geplande casusbesprekingen. “We hebben geen vaste overlegstructuur meer, maar collega’s geven zelf aan wat ze willen bespreken: welke cliëntsituaties vinden ze lastig? Waar lopen ze tegenaan? Dat geeft ook de ruimte om juist aan onderwerpen als gesprekstechnieken extra aandacht te besteden. Ik heb zelf ingebracht dat dit regelmatig op de agenda staat: hoe doen we dit met z’n allen? Hoe pakken anderen zo’n gesprek aan? Hoe kunnen we ook in dit opzicht gebruikmaken van elkaars kwaliteiten? En of je nou net van school zit of 20 jaar in het vak zit, je kunt altijd van elkaar leren.”

Praten over kwaliteit van leven: praktische tips van Ruth

  • Verdiep je in de theorie over gesprekstechnieken. Dat geeft de nodige handvatten die in de praktijk goed van pas komen.
  • Ook voor gesprekken over kwaliteit van leven geldt: oefening baart kunst. Weet dan dat fouten maken mag, en dat het niet erg is om even niet te weten wat je moet zeggen.
  • Luister naar de ander: het gaat om zijn of haar kwaliteit van leven, niet om wat jij daaronder verstaat. Laat je verrassen!
  • Vraag ook eens aan de cliënt zelf hoe deze het gesprek heeft ervaren; dit oordeel is heel waardevol.
  • Maak ruimte voor intervisie, plan aandacht voor gesprekken over kwaliteit van leven bewust in. Bespreek hoe je elkaar kunt helpen en van elkaars kwaliteiten gebruik kunt maken.
  • Voor zorgorganisaties: geef medewerkers de ruimte. Als we 95% van onze tijd richten op cliëntenzorg en 5% op aandacht voor elkaar, kunnen we een gigantisch verschil maken.