25 maart 2020 28 x bekeken

Het belang van effectief communiceren bij een ontruiming

Rookontwikkeling in het gebouw, stroomuitval op de IC, een gaslek, besmetting bij chirurgie: in een zorginstelling kan iets gebeuren waardoor een ontruiming nodig is. Op zo’n moment is niet alleen belangrijk dat alle betrokkenen weten wat hun te doen staat, maar ook dat de communicatie goed verloopt. Intern, (waar nodig) met de buitenwereld én met patiënten/cliënten. Ferdinand van ’t Veen, bhv-coördinator bij Ziekenhuisgroep Twente, dacht mee over het vernieuwde leerpad Ontruiming & Communicatie. Onmisbare kost, vindt hij.

Elke zorginstelling, van ziekenhuis tot revalidatiecentrum, heeft crisisplannen klaarliggen voor incidenten en calamiteiten. Daarin staat voor uiteenlopende scenario’s zo nauwkeurig mogelijk beschreven welke stappen dan nodig zijn, wie wat doet en wie op welk moment wie informeert. “Die plannen hebben we per afdeling opgesteld”, vertelt Ferdinand. “In een ziekenhuis is geen afdeling hetzelfde: op een kraamafdeling heb je met andere risico’s te maken dan bij nucleaire geneeskunde of de verpleegafdeling. Daarnaast hebben we omvangrijkere crisisplannen voor als een calamiteit grotere delen van het ziekenhuis treft. Ook dan moet duidelijk zijn waar iedereen naartoe moet, en bijvoorbeeld hoe en wanneer hulpdiensten zoals de brandweer, politie en de gemeente gealarmeerd worden.”

Ontruiming ín het gebouw

Hoe een ontruiming in z’n werk gaat, van alarmering tot nazorg, is ook voor elke afdeling in de plannen vastgelegd. Ferdinand: “Tot ontruiming gaan we over zodra er ook maar de minste aanwijzing is dat de veiligheid van medewerkers en patiënten in het geding is. Voor die beslissing hoeven collega’s op de afdelingen niet op mij te wachten; in eerste instantie is de inschatting aan hén. In de meeste scenario’s kunnen we bij een ontruiming ín het gebouw blijven; dan worden patiënten opgevangen in ruimtes met vergelijkbare voorzieningen. Dankzij alle beveiligingen binnen het ziekenhuis, zoals branddeuren, is er doorgaans ook tijd genoeg om afdelingen in relatieve rust te verplaatsen.”

Patiëntenzorg voorop

Ook zorgprofessionals die niet tot de crisisorganisatie behoren, worden geacht de crisisplannen te kennen. “Zij blijven onder alle omstandigheden verantwoordelijk voor de zorg. Van hen wordt verwacht dat ze zich volledig bezighouden met de zorgvragers: dat deze de juiste medicatie krijgen op het juiste moment, dat ze veilig op de verzamelplek komen, dat zorgvragers die niet mobiel of zelfredzaam zijn, daar met bed en al heen gereden worden. Dat ze aan de bel trekken als op de andere afdeling extra kennis nodig is van een specialist of meer stopcontacten voor apparatuur. Het is dus niet de bedoeling dat ze ook nog IT-problemen proberen op te lossen of spreekwoordelijke brandjes blussen. Die taken liggen bij anderen.”

Communicatie cruciaal

Ook in de communicatie bij een ontruiming hebben zorgprofessionals een belangrijke rol. “Aan de voorkant moeten ze natuurlijk weten in wat voor situaties het nodig is om alarm te slaan en bij wie ze incidenten moeten melden. Vervolgens hoort bij hun zorgtaken in noodsituaties ook dat ze zorgvragers uitleggen wat er aan de hand is en hen geruststellen. Dat is best ingewikkeld, want een ontruiming doen we niet zomaar. En in onze plannen en protocollen kunnen we alles beschrijven, behálve gedrag, hoe mensen reageren. Zorgverleners kunnen daarin het verschil maken. Door zorgvragers op zo’n manier te informeren dat ze niet in paniek raken of – het ander uiterste – het probleem niet serieus nemen en in discussie gaan.”

Bijna dagelijks oefenen

Echte noodsituaties komen in de praktijk weinig voor; de laatste ontruiming bij ZGT was een paar jaar geleden, uit voorzorg, toen in een serverruimte bepaalde stoffen waren vrijgekomen. “Een goed voorbeeld van een situatie waarin het risico voor patiënten niet direct zichtbaar is”, zegt Ferdinand. “En waarin je dus duidelijk moet maken wat er speelt, zodat iedereen zonder aarzelen meewerkt.” Ondertussen gaat er haast geen dag voorbij dat niet érgens in het ziekenhuis een oefening plaatsvindt, bijvoorbeeld met rookontwikkeling op een kamer of stroomuitval. “Zo toetsen we voortdurend of de procedures die we op papier bedacht hebben, in de praktijk ook zo werken. En kunnen we op punten waar dat niet zo is, de plannen aanscherpen. Het klinkt gek, maar ik heb het liefste dat er bij oefeningen iets misgaat. Zodat we dat recht kunnen zetten vóórdat het er op aankomt. Daarbij is de input van zorgverleners cruciaal: tegen welke beperkingen lopen zij aan? We hebben meegemaakt dat zorgverleners de bedden niet uit een kamer gereden kregen door een te hoge drempel.”

Kracht van de herhaling

Aandacht voor dergelijke praktische, zorgspecifieke zaken vormt dankzij de inbreng van Ferdinand en andere professionals uit de zorg een prominent onderdeel van het leerpad Ontruiming en Communicatie van Noordhoff. “Kennis die zorgprofessionals opdoen, moeten ze wél in de praktijk kunnen toepassen”, zegt Ferdinand. “Algemene handboeken schrijven bijvoorbeeld voor, dat je in een noodsituatie de lift niet gebruikt. Nou, probeer maar eens een bed met een patiënt de trap op te tillen. Zo is het in een ziekenhuis ook onhandig om brandslangen uit te rollen; daar kom je met een bed evenmin overheen. Aan de andere kant heb je juist wél handvatten nodig om effectief met patiënten te communiceren tijdens een ontruiming. En te weten waar je op moet letten om in zo’n situatie de nodige zorg te kunnen blijven verlenen. Wat mij betreft zit bij dit leerpad ook de kracht in de herhaling. Júíst omdat het om kennis gaat die je niet dagelijks gebruikt, maar die wel letterlijk van levensbelang is. Als zorgprofessionals de hoofdlijnen scherp hebben, is al veel gewonnen.”

Over het leerpad

Per branche is een leerpad samengesteld: